Passiva

Aandeel Vebego International N.V. en Vebego International B.V. in het groepsvermogen

Het groepsvermogen bestaat, naast het aandeel derden, uit het samengevoegde eigen vermogen van Vebego International N.V. en Vebego International B.V.

Aandeel derden in het groepsvermogen

Het aandeel derden in het groepsvermogen vertegenwoordigt het minderheidsbelang van derden in geconsolideerde groepsmaatschappijen.

Voorzieningen

- Voor pensioenen

  • Pensioenvoorziening in eigen beheer

Aan voormalige directieleden van een groepsmaatschappij zijn pensioenrechten toegekend. Het weduwepensioen is geheel herverzekerd, terwijl het ouderdomspensioen in eigen beheer wordt opgebouwd. Deze voorziening wordt actuarieel berekend en is gebaseerd op de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting per balansdatum af te wikkelen. De verplichting wordt gewaardeerd tegen de contante waarde. Discontering vindt plaats tegen de marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties.

  • Pensioenregelingen

Vebego International N.V. en haar groepsmaatschappijen hebben diverse pensioenregelingen. De regelingen worden gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerders, te weten verzekeringsmaatschappijen en bedrijfstakpensioenfondsen. Bij alle pensioenuitvoerders is er sprake van een middelloonregeling met voorwaardelijke indexatie. De buitenlandse pensioenregelingen zijn vergelijkbaar met de wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert. De pensioenverplichtingen uit zowel de Nederlandse als de buitenlandse regelingen worden gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst wordt beoordeeld of, en zo ja, welke verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie op balansdatum bestaan.
Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor Vebego International N.V. en haar groepsmaatschappijen en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

Een aantal groepsmaatschappijen is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de schoonmaak- en glazenwassersbedrijven. De jaarlijkse opbouw van de pensioenaanspraken bedraagt 1,576% van het pensioengevend salaris dat is gebaseerd op het brutoloon minus een uurfranchise (ad € 5,57). Het pensioengevend salaris is gemaximeerd (op € 27,64 per uur en het jaarmaximum is € 54.614). De jaarlijkse premie die voor rekening komt van de werkgever bedraagt 11,1% van het pensioengevend salaris. De hoogte van de premie wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds op basis van de dekkingsgraad en verwachte rendementen. Onze groepsmaatschappijen hebben in een geval van een tekort geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan door hogere toekomstige premies. Het fonds heeft per balansdatum een dekkingsgraad van 96,1%.

Als onderdeel van het herstelplan heeft het pensioenfonds aangekondigd de pensioenaanspraken niet te verhogen tot het moment dat de beleidsdekkingsgraad voldoende is.

De medewerkers van de overige Nederlandse 100% Vebego-bedrijven vallen onder de verzekerde regeling via Centraal Beheer Achmea. Tevens vallen onder deze regeling die medewerkers van Nederlandse 100% Vebego-bedrijven die verplicht zijn aangesloten bij het voor hen van toepassing zijnde bedrijfstakpensioenfonds, maar die meer verdienen dan het maximale SV-jaarloon.
De jaarlijkse opbouw van de pensioenaanspraken bedraagt 1,875% van het pensioengevend salaris dat is gebaseerd op het vaste jaarsalaris (zijnde 12 x maandsalaris of 13 x periodesalaris) + vakantiegeld minus een franchise van € 13.344.
Het pensioengevend salaris is gemaximeerd op € 105.075.
De jaarlijkse eigen bijdrage voor medewerkers bedraagt 6% van de pensioengrondslag. De premie die voor rekening komt van de werkgever is gebaseerd op het vastgestelde pensioenbudget en bedraagt voor 2018 16,93% van het pensioengevend salaris.

- Voor belastingen

Voor in de toekomst te betalen belastingbedragen uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een voorziening getroffen ter grootte van de som van deze verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief.

Deze verschillen zijn het gevolg van een fiscaal andere waardering van vaste activa, voorraden, debiteuren en voorzieningen. De voorziening heeft een langlopend karakter.

- Overige voorzieningen

Overige voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen waarvan de omvang onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten.
Deze voorzieningen zijn berekend tegen nominale waarde.

Hieronder zijn opgenomen:

  • voorzieningen voor claims;

  • voorziening voor reorganisaties. Deze heeft betrekking op verplichtingen ten aanzien van aangekondigde reorganisaties en afvloeiingen;

  • voorziening voor eigenrisicodragerschap WGA (regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, onderdeel WIA);

  • voorzieningen voor uit te betalen onregelmatigheidstoeslag (ORT) in de zorg;

  • voorzieningen voor deelnemingen met een vermogenstekort waarvoor groepsmaatschappijen geheel of ten dele instaan voor de schulden van de desbetreffende deelneming.

Langlopende en kortlopende schulden

De post langlopende schulden bestaat in 2017 onder andere uit negatieve goodwill die is ontstaan in het kader van purchase price allocation bij aankoop van een deelneming in 2011 en is gewaardeerd op basis van te verwachten additionele lasten met betrekking tot de pensioenverplichtingen van één van de groepsmaatschappijen. De af te dragen pensioenlasten en gelijklopende vrijval van de badwill is gebaseerd op een beste inschatting van de pensioenverzekeraar. Het betreffende pensioencontract is in 2018 afgelopen.

De post langlopende schulden bestaat in 2018 onder andere uit een annuïtaire
hypotheek o/g die is verkregen bij aankoop van een deelneming in 2018. De hypotheek heeft een resterende looptijd van 26 jaar met een jaarlijkse aflossingsverplichting.

Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.