Vaste activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen historische kosten met daarop in mindering gebracht de cumulatieve afschrijvingen. Afgeschreven wordt vanaf het moment dat het actief voor gebruik beschikbaar is volgens het lineaire systeem gebaseerd op de geschatte economische levensduur met inachtneming van restwaarde.

Indien sprake is van duurzame waardevermindering worden de immateriële vaste activa op lagere realiseerbare waarde gewaardeerd.

De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: 

 

jaren

 

Goodwill

5 tot 10

 

Software

4 tot 5

 

Goodwill

Goodwill wordt berekend als het verschil tussen de bij acquisities betaalde verkrijgingsprijs en de reële waarde van de verkregen activa en passiva. Goodwill wordt geactiveerd en verminderd met jaarlijkse amortisaties. Amortisatie vindt plaats op basis van de verwachte economische levensduur met een maximum van tien jaar.

De goodwill wordt afgeschreven, verband houdend met de verwachte economische levensduur.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen historische kosten onder aftrek van de ontvangen investeringssubsidies en met daarop in mindering gebracht de cumulatieve afschrijvingen. De winstmarge op binnen de groep geleverde machines wordt niet geactiveerd. Afgeschreven wordt vanaf het moment dat het actief voor gebruik beschikbaar is volgens het lineaire systeem gebaseerd op de geschatte economische levensduur met inachtneming van restwaarde.

Indien sprake is van duurzame waardevermindering worden de materiële vaste activa op lagere realiseerbare waarde gewaardeerd. Materiële vaste activa in bestelling wordt niet in de balans opgenomen.

Groot onderhoud met betrekking tot de materiële vaste activa wordt in de kosten verwerkt op het moment dat dit onderhoud wordt uitgevoerd. 

De gehanteerde afschrijvingspercentages zijn:

 

% van de aanschafwaarde

 

Bedrijfsgebouwen en bedrijfsterreinen

  

* Terreinen

0

 

* Gebouwen

3 tot 6 2/3

 

* Verbouwingen

10 tot 20

 

Machines en installaties

10 tot 33 1/3

 

Andere vaste bedrijfsmiddelen

10 tot 33 1/3

 

Financiële vaste activa

De onder de financiële vaste activa opgenomen deelnemingen in verbonden maatschappijen zijn gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde, voor zover de groep invloed van betekenis heeft op het beleid.

De nettovermogenswaarde is berekend volgens de bij Vebego gehanteerde grondslagen.

Wanneer de groep gezamenlijke zeggenschap heeft met betrekking tot het beleid van de deelnemingen, worden deze deelnemingen gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde.

Voor zover de groep geen invloed van betekenis heeft op het beleid, worden de deelnemingen gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere bedrijfswaarde. 

Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer een groepsmaatschappij geheel of ten dele instaat voor de schulden van de desbetreffende deelneming, wordt een voorziening gevormd, primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het resterende aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door de groepsmaatschappij ten behoeve van deze deelnemingen. 

Onder de financiële vaste activa zijn latente belastingvorderingen verantwoord voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens de in de jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen en fiscale voorschriften. Deze latente belastingvorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde en hebben overwegend een langlopend karakter. 

De onder de financiële vaste activa opgenomen vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk zijn aan de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.